Toneel 1981 – 2009

Hoe het ooit begon…

Op een avond in 1980 zat ik ineens met een aantal vijfdejaars in de bar van Scharpoord en koketteerden we met de gedachte om een heus toneelstuk uit de planken te stampen. Voor mij leek het de ideale aanvulling op een onderwijssysteem dat zich vooral op het individu, de prestatie en de kennis richtte. Niet dat die drie niet belangrijk zijn in het theater maar ze staan wel in de schaduw van het collectief, het spel om het spel en de Dionysische roes. De leerlingen maakten een sluimerende kracht in me wakker en ik ontstak in hen een vuur dat ze jaar na jaar zouden doorgeven.

Maar genoeg geanalyseerd nu. De herinneringen en de emoties, daar ging het toch om. De pijnlijkste momenten waren ongetwijfeld de audities, hoeveel tranen zijn er niet gevloeid, hoeveel dromen opgeborgen, hoeveel tanden kapotgeknarst? Het was een hele opluchting als ze achter de rug waren: het echte werk kon eindelijk beginnen. En werken was het wel: leerlingen ontdekten dat ze plots moesten repeteren – en regelmatig nog wel – en dat dat niet altijd paste in hun drukke schoolse agenda. Anderzijds had je in de repetities ook schitterende en hilarische ogenblikken, wanneer leerlingen zich te buiten gingen in improvisaties, of als ze plots hun rol te pakken kregen en de dingen zeiden of deden zoals ik ze gedroomd had. Dan was ik de eenzame en ontroerde getuige van het wonder van het scheppen.Soms werd het leerlingen te veel omdat ik maar bleef beitelen en schuren en schaven. Ik herinner me een hoofdrolspeelster die huilde omdat ik het nog altijd niet goed vond. Maar ik wou haar boven de grenzen van haar willen en kunnen tillen en voorbereiden op de confrontatie met dat veelkoppige wezen dat publiek heet.

De week vóór die confrontatie was zoniet de meest hectische dan toch de meest chaotische. De zesdes overrompelden Scharpoord: de zaal lag vol boekentassen, blikjes, papieren, zakjes, languitgestrekte benen; ze gonsde van gegiechel, onderdrukte kreetjes, spottende opmerkingen, enthousiaste aanmoedigingen; er werd gebulderd, gevloekt, gespeeld en ook wel eens geluisterd. Na vijven stroomde iedereen binnen, soms druppelden ze buiten (meestal net voor ze op moesten…) en alleen God weet wanneer ze weer thuis aanspoelden. Maar dit was de plaats waar ”het” moest en zou gebeuren. Het was een nieuwe wereld die moest ontdekt worden en afgestapt want hij was veel groter dan het repetitielokaal. De groepstaferelen moesten meestal – nee altijd – nog worden geënsceneerd, het decor gemonteerd en de laatste rekwisieten erbij gesleurd. We sloten de donderdag af met een algemene repetitie die het slechtste liet vermoeden en gingen dan in de Nord ons laatste avondmaal verorberen. De pijl lag klaar, de boog was gespannen, het moest een schot in de roos worden.

Net voor de voorstelling probeerden de leerlingen op allerlei manieren hun zenuwen in bedwang te houden en hun stem op scherp (wortels, drankjes, wondermiddeltjes).Allerlei ziektes ondermijnden hun gestel: sommigen speelden met 40° koorts, een ander kreeg een vreemde slapte in de kuiten en moest met reflex spray worden opgelapt, ooit viel iemand tweemaal in zwijm voor de voorstelling en eenmaal erna, tweemaal moest ik op de valreep invallen: het was heerlijk om deel uit te maken van die bruisende bende op het podium. En als alle acteurs paraat waren, was er altijd wel iets met het decor of de rekwisieten.

En dan de voorstelling zelf: het flegme en de angst, de lachsalvo’s en de geladen stiltes, de versprekingen, de bewonderende blikken in de coulissen, de concentratie – en dan die ademloze seconde voor het applaus. Want daar was het toch allemaal om te doen? Om de bijval van het publiek: juichend, joelend, laaiend, de vingers als een zweep in de palm van de andere hand, de omhelzingen in de coulissen, de taarten, de champagne, de tranen soms, de golven gelukwensen in de bar, en dan de naschokken van het succes tot in de vroege uurtjes in de kroegen van Knokke, de extase, niet te geloven dat het voorbij is en geloven dat het nooit voorbij zal gaan en uiteindelijk thuis in bed de stille dromen van het sterrendom: heroes just for one day.
Shout, shout, let it all out, tears are the things I can do without…

Ik weet niet hoe leerlingen mij zoveel jaar later als leerkracht beoordelen. Wellicht ben ik allang verzwolgen door de vergetelheid. Maar ik weet dat ik ze als regisseur gelukkig gemaakt heb, uitzinnig soms, en dat hun geluk en uitgelaten dankbaarheid me zo heeft geraakt dat ik het nu nog, jaren later, voel zinderen in mijn bloed. Ze zullen me wel dankbaar zijn, weet ik dan. In elk geval dank ik aan hen de meest intense emoties uit mijn loopbaan. En als het inderdaad zo is dat de laatste seconde voor je dood je hele leven voor je flitst, dan zullen dertien jaar schooltoneel die ultieme ervaring heel sterk kleuren.

Jan Charles (regisseur schooltoneel 1980-1992)

Wat kan ik daaraan toevoegen? Wat hierboven beschreven staat, ook ik heb het mogen (en laten) beleven sinds ik Jan Charles als regisseur opvolgde. Alle mooie, emotionele momenten voor, tijdens en na vertoningen, ze zijn met geen geld te betalen… Zo’n compleet zesde jaar meeslepen in het theateravontuur, en elk jaar van nul af beginnen – het is me wat…! Soms, nee, dikwijls vragen spelers of hun ouders me wel eens waarom ik me elk jaar opnieuw al die moeite getroost. Ik laat ze meestal raden, maar het enige juiste antwoord…?

Yves Dekimpe (regisseur schooltoneel 1994-2009)

Site by Verdographics